Ons land, en dan vooral het westen van het land, kampte net zoals in 2020 en 2022 met een extreem droog voorjaar (en daar lijkt niet meteen een einde aan te komen). En dat is niet goed voor onze natuur en landbouw. Onze bodems hebben dringend een boost nodig. Al heeft het mooie weer natuurlijk ook een positieve kant. Zo scheen de zon nog nooit zoveel tijdens de maanden maart en april samen, wat de zonnepanelen ook overuren deed draaien.
Maart en april waren kurkdroge maanden, vooral in Oost- en West-Vlaanderen en Henegouwen. Ook de zon draaide overuren en dat betekende een record qua zonneschijnduur. En dat is niet goed voor de natuur en de landbouw. Dat 2024 een extreem nat jaar was, weten we maar al te goed. We hebben dus de nodige reserves kunnen opbouwen, maar die zijn dit voorjaar dus al serieus geslinkt door het gebrek aan neerslag, de bovengemiddelde temperaturen en de vele uren zon. Zo hebben we de helft van de buffer die we hadden er in maart, april en de eerste dagen van mei al doorgejaagd.